Veelgestelde vragen

Aanmelding Jeugdhulp

Regionaal is afgesproken dat overgangscliënten GGZ een toewijzing krijgen op de code 54002 (m.u.v. Dyslexie behandeling: 54004) met als omvang nul. Zie ook de instructie “uitfasering DBC stap voor stap”. Een aantal gemeenten binnen de regio verstuurt echter toewijzingen  voor GGZ-overgangscliënten met een hogere omvang dan nul. Beide soorten toewijzingen zijn geldig.  U kunt gewoon uw daadwerkelijke ingezette minuten declareren gedurende de toewijzingsperiode.

U kunt een cliënt aanmelden door een verzoek om toewijzing (JW315) te versturen naar de desbetreffende gemeentelijke Toegang. De toegang zal dan vervolgens een toewijzing versturen middels de JW301 waarna u de jeugdhulp kunt starten. Zie hiervoor ook het administratieprotocol.

Administratieprotocol

Inmiddels is er een gewijzigde versie van het administratieprotocol (3.0) met daarbij een bijlage met veelgestelde vragen naar aanleiding van deze gewijzigde versie.

In de definitieve nota van inlichtingen bij de raamovereenkomst vindt u veelgestelde vragen behorend bij de eerste versie van het administratieprotocol (2.0). 

Voor het stroomschema berichtenverkeer klik hier.

Voorbeeld: u heeft een JW315 aangevraagd voor profiel 5 – herstel Midden.

  • U vult beide codes in de JW315, 50053 (70%) en 50054 (30%).
  • U ontvangt de JW301 (toewijzing).
  • Na start van de zorg stuurt u de JW305/code 50053 (start zorg) en kunt u middels een JW303bericht de declaratie versturen van de 70% (code 50053).
  • Indien het resultaat is behaald dan stuurt u een stopbericht (JW307/code 50053 met code 31=resultaat behaald) en stuurt u een JW305/code 50054 en JW307/code 50054 en voor de declaratie van de 30% stuurt u JW303 met code 50054.
  • Bij alle overige codes (uitval/verhuizing/overlijden, zie par 6.3.2 administratieprotocol) gaat u in overleg met de Toegang.

 JW315: Binnen 5 werkdagen na beoordeling Profiel-segment-intensiteit

Tussen de JW315 (verzoek om toewijzing) en JW301 (toewijzing): 5 werkdagen voor segment Midden, 15 dagen voor segment Top (zodat Gezinsplan gemaakt kan worden)

Tussen JW301 (toewijzing) en JW305 (start zorg) bij Segment Midden: maximaal 3 weken, Segment Top: maximaal 6 weken.

 JW305 (start zorg) wordt verzonden binnen 5 werkdagen na start zorg.

Klik hier voor de productcodes Segment midden

U kunt deze ook vinden in het stappenplan pagina 10 (Het stappenplan vindt u op deze website onder documenten)

De productcodes voor overgangscliënten en segment Top staan in uw raamovereenkomst in bijlage 2.

Ja, bij een verzoek om toewijzing (JW315) bij het Segment midden bij trajecten gericht op herstel dienen zowel de productcode voor de 70% als de productcode voor de 30% te worden aangevraagd. Dus twee productcodes bij Segment Midden bij Licht, Midden en Zwaar.

Ja, dit berichtenverkeer staat beschreven in het administratieprotocol.

Contracteringsproces

In de Nota van inlichtingen vindt u veelgestelde vragen over de raamovereenkomst , administratieprotocol en de tarieven. Klik op de link voor de vierde definitieve nota van inlichtingen.

Inschrijven gaat via Negometrix, de contracteringstool voor inschrijvingen. Deze tool blijft open staan. We hebben gekozen voor een zogeheten sociaal contracteringsproces. Dat betekent dat de tool ook beschikbaar blijft gedurende de looptijd van de  overeenkomst. Nieuwe aanbieders kunnen zich te allen tijde inschijven. Jaarlijks vanaf  1 april en 1 oktober worden de inschrijvingen beoordeeld door opdrachtgever en wordt uitsluitsel gegeven over de mogelijkheid van toetreding door aanbieder.

De handleiding geeft al veel informatie. Mocht nadere uitleg nodig zijn dan kunt u altijd contact opnemen met het regionaal serviceteam via info@rsj-ijsselland.nl of 038-4982670.

TenderNed is het online marktplein voor aanbestedingen van de Nederlandse overheid. Elke aanbestedende dienst heeft de verplichting haar aanbestedingen kenbaar te maken op Tenderned. Ook de regio IJsselland moet dat doen.  

Een zorgaanbieder kan geen onderaannemerschap aangaan met een niet-professional.  

Als de inzet van oma gewenst blijft voor het behalen van de resultaten, dan moeten er twee beschikkingen worden afgegeven, 1 voor Zorg in Natura en 1 voor PGB.

Er kan wel gekeken worden of door de inzet van oma de intensiteit van de Zorg in Natura minder hoog kan.

Er kan wel aan de zorgaanbieder gevraagd worden om in hun behandelplan rekening te houden met oma en haar te betrekken in de ondersteuning en het ook op elkaar af te stemmen (als ouders hier toestemming voor geven).

Financiering

Dyslexie-behandeltrajecten kunnen zo’n 2 jaar duren. Dat betekent dat bij de overgangscliënten uit 2017 kinderen zitten die na afloop van de huidige toewijzing een voorzetting zullen hebben van het behandeltraject in 2018. Voor deze kinderen wordt een nieuwe toewijzing pxq afgegeven op code 54002 voor de resterende minuten. Dit is maximaal 3.521 minuten (€5.000) verminderd met het aantal reeds ingezette minuten. Voor het bepalen van het aantal ingezette minuten wordt gekeken naar de reeds gedeclareerde DBC in 2017, vervolgens worden de minimale minuten behorend bij de gefactureerd DBC van de 3.521 minuten afgetrokken. Hiermee wordt de diagnostiek en indirecte tijd, die verdisconteerd is in de DBC gecompenseerd.

Bijvoorbeeld: In 2017 is de DBC Dyslexie overig kindertijd van 1.800 tot en met 2.999 gefactureerd. Voor 2018 wordt 3.521 minus 1.800 = 1.721 minuten afgegeven in de toewijzing.

Hiermee voorkomen we dat aanbieders en de back offices van alle gemeenten erg veel administratieve lasten hebben. Let op: er kunnen ook al 2 DBC’s gefactureerd zijn, zowel in 2016 als in 2017. Dan geldt dat de minimale aantal minuten van beide DBC’s van de 3.521 worden afgetrokken.

Indien in het verleden afspraken zijn gemaakt met cliënten die het aantal minuten uit het landelijk het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling overstijgen, zijn deze in principe niet declarabel. U kunt bij de desbetreffende gemeente in overleg gaan met de Toegang om een verzoek te doen voor aanvullende financiering bij voldoende onderbouwing van de afwijking van het landelijk protocol

Cliënten met een basis-GGZ-traject uit 2017 wat doorloopt in 2018 wordt afgerekend middels een DBC-afrekening (JW321) in 2018. Hierin kunnen het verwachte aantal minuten behandeling 2018 worden meegenomen. In 2018 hoeft dan niet meer te worden gedeclareerd.

  • Cliënten met een specialistische GGZ-traject uit 2017 wat doorloopt in 2018 wordt als volgt afgerekend:

    • Over 2017 wordt een DBC-afrekening (JW321) gestuurd voor de periode tot en met december 2017.

    • Voor 2018 heeft u als het goed is een nieuwe toewijzing ontvangen voor de resterende periode in 2018 met de productcode 54002 (Dyslexie-behandeling is 54004).

    • Indien u deze toewijzing heeft ontvangen kunt u maandelijks na afloop van de maand een declaratie insturen met de minuten van de afgelopen maand via een JW303F

  • Cliënten met een LVB-traject kunnen worden gedeclareerd op dezelfde wijze als in 2017 met dezelfde codes.

Declarabele tijd: alle directe cliëntgebonden tijd met cliënt, cliëntsysteem en het netwerk van de cliënt bv. school, opvang, of andere individuele belangrijke personen voor de cliënt.

Onder directe contacttijd wordt verstaan; het fysiek aanwezig zijn, telefonisch contact en contact via social media  zoals mail, whats app (face-to-face, ear-to-ear, key-to-key).

Ook declarabel is bepaalde indirecte cliëntgebonden tijd zoals casuïstiekbespreking of de tijd van een multidisciplinair overleg, maar dan alleen die uren/ minuten waarin de betreffende cliënt wordt besproken.

 

Niet declarabele tijd: de reistijd en verslagverwerkingstijd en overige overlegmomenten waarin niet betreffende cliënt besproken wordt. Immers de tijd die daarin gestoken wordt is niet afhankelijk van de cliënt, maar van de medewerker en de keuzes van een organisatie (zoals keuze voor standplaats; al dan niet uitgebreid verslag, al dan niet de mogelijkheden en devices om verslag gezamenlijk met cliënt op te stellen).

Andere niet declarabele tijd is de niet cliëntgebonden tijd als: teamoverleg, deskundigheidsbevordering, intervisie/reflectie, beleidsmatig overleg en andere  organisatie gebonden activiteiten.

 

 

De tarieven kunt u vinden op de website. Indien u een raamovereenkomst heeft, kunt u de tarieven vinden in bijlage 2 van deze overeenkomst.

Ja, 2018 en 2019 wordt gezien als leerjaar op het gebied van resultaatgerichte financiering. Daarom wordt voor 2018 en 2019 alleen afgerekend op uitval. Indien het traject NIET wordt afgesloten met een positief resultaat kan de resterende 30% NIET in rekening worden gebracht. In de STOP-berichten geeft de aanbieder aan wat de reden van stopzetten van het traject is. Indien dit een andere reden is dan code 31: Levering is volgens plan beëindigd, dan geldt dat derhalve als uitval. Zie ook wat in het administratieprotocol is opgenomen onder hoofdstuk 6.3.2. In de toekomst zal de gemeente afrekenen op zowel uitval als doelrealisatie en cliënttevredenheid.

De zorg wordt betaald tot 18 jaar en anders moet er verlengde jeugdhulp toegekend worden. Dit is de technische kant hoe het is opgenomen is in de raamovereenkomst.

 

De opdrachtnemer is verplicht 5% (bij minimaal 200.000 EUR over de gehele contractperiode) van de gefactureerde omzet naar aanleiding van de opdracht aan te wenden aan SROI inspanningen. Het plan van aanpak is gereed en goedgekeurd door het ESR binnen 6 weken na gunning opdracht. Het ESR kan deze termijn verlengen tot maximaal 12 weken.

Aangezien het contract tot maximaal 7 jaar verlengd kan worden is bij een gemiddelde omzet van € 30.000 per jaar al sprake is van een SROI-verplichting.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Henk de Leeuw - Tel: 06- 52 80 35 75

of

Jenny van de Weg- Tel 06- 53 83 67 08

sroi@daarwerkenweaan.nl  

 

Dat klopt. Middensegment is resultaatgericht en topsegment is inspanningsgericht.

Declaraties dienen te worden ingediend via Vecozo. Voorwaarde is echter wel dat voor de desbetreffende cliënt(en) een digitale toewijzing van de gemeente aanwezig is die aansluit bij de declaratie. Wij verzoeken om samen met de Toegang van de betreffende gemeenten er voor te zorgen dat u de benodigde toewijzingen in uw bezit heeft. Wij benadrukken dat wanneer er geen geldige toewijzing van de gemeente aanwezig is, de declaratie niet kan worden goedgekeurd en betaald. Het berichtenverkeer met betrekking tot declaraties staat beschreven in het administratieprotocol.

Het ontvangen voorschot wordt verrekend met de ingediende facturen. Een van de voorwaarden voor betaling is dat bij de declaratie een passende digitale toewijzing van de gemeente aanwezig is. Zorg dat u de benodigde toewijzingen in uw bezit heeft! Wanneer er geen geldige toewijzing van de gemeente aanwezig is, kan de declaratie niet worden goedgekeurd en meegenomen worden in de financiële afrekening. Indien er problemen zijn in het kader van toewijzingen kunt u dit melden bij de betreffende gemeente.

Op basis van de toewijzingen die worden afgegeven door de Toegangen van de gemeenten controleren en verwerken wij de facturaties. Wanneer een BSN niet bekend is bij de BVO wordt de factuur niet betaald. U kunt daarna het beste contact opnemen met de Toegang van de gemeente waaronder de cliënt valt. Zij kunnen nagaan of de cliënt daar bekend is. Is de cliënt ook daar niet bekend dan zal met de betreffende zorgaanbieder de situatie afgestemd worden. Wanneer de gemeente akkoord is, zal de BVO de factuur opnieuw behandelen. Zie voor uitzonderingen BSN nummers het administratieprotocol par. 5.5.3

Landelijk is de voorkeur op dit moment het F-bericht. Op enig moment zal dit ook landelijk worden doorgevoerd. Op dit moment worden landelijk nog beide berichten geaccepteerd. De regio bepaalt welk bericht er gehanteerd wordt. De regio IJsselland heeft in het administratieprotocol de voorkeur uitgesproken voor het F-bericht en aangegeven vanaf 2019 over te gaan op F-berichten. In 2018 kan bij de zelf facturerende gemeenten (Dalfsen, Ommen, Hardenberg en Steenwijkerland) alleen via F-bericht worden gefactureerd. Voor de overige gemeenten waarvoor het RSJ IJsselland de facturatie doet kunnen in 2018 nog beide berichten (JW303F en JW303D) worden ingediend. Vanaf 2019 zal dit alleen nog het JW303F bericht zijn.

 

 

De afspraak is dat het uurtarief wordt gedeeld door 60 waarbij afgekapt wordt op 2 decimalen achter de komma. Hiermee wordt uitval bij facturatie voorkomen. Vb:

Ambulante begeleiding midden individueel tarief per uur € 54,42, tarief per minuut is € 54,42 / 60 = € 0,907. Afkappen op twee decimalen achter de komma betekent een tarief van € 0,90 per minuut. Aan het eind van het jaar kan het negatieve verschil wat mogelijk ontstaat worden gedeclareerd.

Profielen - stappenplan - gezinsplan

In dit stroomschema is aangegeven welke stappen de aanbieder zet als er een verwijzing binnen komt via een derde verwijzer.

Als het gaat om segment Midden dan bepaalt de cliënt met de aanbieder of het resultaat is behaald.
Als het gaat om segment Top dan bepalen cliënt, aanbieder en Toegang gezamenlijk of het resultaat is behaald. 

Zie ook stroomschema resultaat behaald.

Dit betreft dan een nieuwe vraag waarbij het resultaat moet worden bepaald. Ouders gaan  daarvoor in overleg met de Toegang. Als zorgaanbieders kan je de ouders hierin eventueel begeleiden. Er kan dus niet door de zorgaanbieder  ‘even’ een beschikking worden aangevraagd voor broertje of zusje. De werkwijze die staat beschreven in het administatieprotocol (paragraaf 6.2.1) is van toepassing bij het wijzigen van bestaande hulp waarvoor er een toewijzing ligt en geldt dus niet voor nieuwe toewijzingen voor een ander kind.

Gezinsplan: wordt gemaakt door de toegang of de Gecertificeerde instelling*
Familiegroepsplan (zie jeugdwet): wordt gemaakt door de cliënt zelf
Behandelplan: wordt gemaakt door de zorgaanbieder

Indien sprake is van een verwijzing door een derde verwijzer en het is een traject in Segment top, nodigt de jeugdhulpaanbieder de gemeente uit, vóór het verzenden van een verzoek om toewijzing, om samen met het gezin een gezinsplan op te stellen of de jeugdhulpaanbieder stelt samen met de cliënt een familiegroepsplan op en deelt dit na toestemming van de cliënt met de gemeente.

Waar een familiegroepsplan aan moet voldoen kunt u vinden op: https://vng.nl/onderwerpenindex/jeugd/jeugdhulp/familiegroepsplan

* De Gecertificeerde Instellingen geven een bepaling af met een plan van aanpak. Dit plan geldt als gezinsplan.

De gemeenten in de regio IJsselland hebben een verschillend format voor hun gezinsplan (afhankelijk van de lokale werkwijze).

Stap 3 in het stappenplan beschrijft wat er in ieder geval in het gezinsplan moet staan. De Toegang / Gecertificeerde Instellingen omschrijven de resultaten die bereikt moeten worden zo concreet mogelijk en overleggen zo nodig met de jeugdhulpaanbieder.  Een gezinsplan moet in ieder geval onderstaande punten bevatten. Dit op basis van een uitspraak van Centrale Raad van Beroep over inhoud van het gezinsplan:

  • Vraag van ouder/jeugdige.
  • Aard van de problemen en eventueel onderzoek/diagnostiek waarvan gebruik is gemaakt om dit vast te stellen.
  • De te behalen resultaten.
  • Bijdrage aan oplossingen door gezinsleden zelf en mensen in hun netwerk.
  • Bijdrage van de Toegang.
  • Bijdrage van de specialistische aanbieder.
  • Wijze waarop de gezinsleden, de medewerker en de aanbieder contact houden over de voortgang van de hulp en het bereiken van de doelen.
  • Hoe tot besluiten is gekomen: met wie op basis van welke argumenten en afweging.
  • Indien er sprake is van zorgen met betrekking tot veiligheid van de jeugdige: een veiligheidsplan.

 

Dit kunt u vinden in het stappenplan op deze website. Ook is er een lijst met voorbeelden gemaakt waarbij er per profiel een toelichting is. De huisartsen/jeugdartsen hebben een overzicht ontvangen met alle profielen.  

De discussie wordt altijd gevoerd aan de hand van de volgende algemene uitgangspunten:

  • Wees nieuwsgierig naar de beweegreden van de ander; ga niet in de verdediging maar probeer de zienswijze van de ander te begrijpen.
  • Toegang levert goede onderbouwing van profiel, segment en intensiteit in het gezinsplan.
  • Uitgangspunt is dat screening en/of intake gedaan is door de toegang.
  • Stappenplan als leidraad!!
  • De trajectenprijzen zijn gemiddelden.
  • Het resultaat is concreet & meetbaar geformuleerd door de toegang.
  • De stoornis/ beperking is niet leidend voor de keuze van het profiel, de profielen zijn géén cliëntprofielen maar ondersteuningsprofielen.
  • Het gesprek over de inhoud wordt gevoerd door de professionals, financiële discussies worden gevoerd door de managers

Toelichting:

Als er discussie ontstaat tussen de professional van de Toegang en de aanbieder over de inzet van zorg dan worden bovengenoemde uitgangspunten in overweging genomen. Indien dit niet leidt tot overeenstemming over de inzet van zorg dan wordt dit opgeschaald naar de beide managers van de professionals. Zij gaan dan in overleg over de casus. De manager van de Toegang beslist of het indien nodig PxQ financiering wordt eventueel door opvraag van een offerte of door afspraken te maken over de looptijd van de zorg en evaluatie momenten.De cliënt mag niet leiden onder de discussie en de zorg wordt ondertussen ingezet (via PxQ financiering) en tussentijdse evaluatie wordt afgesproken.

Dit kunt u vinden in bijgaand overzicht.

Nee, er wordt door de wettelijke verwijzer altijd een profiel bepaald. Indien je als aanbieder een toewijzing krijgt met de productcodes van segment Midden kun je uit de productcodes halen om welk profiel het gaat maar bij PxQ zijn de profielen niet te herleiden uit de productcodes. Dit wordt ondervangen doordat er bij PxQ altijd contact is tussen de aanbieder en de Toegang in verband met het gezinsplan, waarbij resultaat en profiel bepaald worden.

Als de huisarts geen profiel kiest, kiest de aanbieder een profiel.

Nee, de huisarts bepaalt dit. Maar de intentie is om binnen 3 maanden na de verwijzing met de jeugdhulp te starten.

Alle huisartsen zijn geïnformeerd. Per gemeente kan de aanpak verschillen maar we hebben een gezamenlijk boodschap geformuleerd, zodat huisartsen in de elf betrokken gemeenten dezelfde informatie hebben. Een kleine gemeente als Staphorst kiest voor een andere communicatievorm (bijvoorbeeld persoonlijke gesprekken) dan een grote gemeente als Deventer of Zwolle (meer gezamenlijke bijeenkomsten).

Ja, dat kan.

Scholing

Scholing heeft plaatsgevonden in het najaar 2017.

In de trainingen komen bijvoorbeeld onderwerpen aan bod als ‘Hoe ga je om met het stappenplan?’ De trainingen zijn voor professionals van de Toegang en u als aanbieders. Eind oktober zijn er trainingen en de aanbieders krijgen hier nog informatie over.

Overig

We beschouwen 2018 en 2019 als leerjaar waarin we samen met aanbieders, gemeenten en verwijzers de knelpunten en onduidelijkheden helder krijgen en oplossen. HIervoor is een structuur bedacht van werkgroepen waarin dit gezamenlijk wordt uitgewerkt. Het is vooral een samenwerkingstraject. We gaan bijvoorbeeld in 2018 voor het segment Top bekijken hoe we dit segment ook volgens het nieuwe inkoopmodel kunnen laten werken en hoe we daarbinnen het hoofd- en onderaannemerschap kunnen vormgeven.

De BVO heeft de Klankbordgroep nodig om het proces en de ontwikkeling af te stemmen zodat de leden van de Klankbordgroep dit weer kunnen delen met hun achterban.

De wethouders komen enkele malen per jaar bij elkaar en nemen dan in gezamenlijkheid besluiten. Vanaf oktober brengen we deze besluiten beter in beeld op www.bvoijsselland.nl

Wanneer het alleen gaat om medicijncontrole vraagt de jeugdhulpaanbieder een toewijzing aan voor  54002-behandeling specialistische GGZ voor 499 minuten voor een periode van twee jaar. Door dit in een vast aantal minuten aan te geven is deze hulp achteraf identificeerbaar. Het werkelijke aantal bestede minuten wordt uiteindelijk gedeclareerd. De aanbieder ontvangt een toewijzing voor de aangegeven periode met de frequentie binnen geldigheidsduur.

U gaat in overleg met de gemeentelijke Toegang. Als bij aanvang de gemeentelijke Toegang en aanbieder tot de conclusie komen dat de aard en omvang van de problematiek te onduidelijk is om een inschatting te doen, dan heeft de gemeentelijke Toegang de mogelijkheid een toewijzing pxq toe te kennen volgens de daarvoor afgesproken tarieven per minuut. Er wordt toegewezen op 54002-behandeling specialistische GGZ voor 1.111 minuten voor een periode van 6 maanden. Door dit in een vast aantal minuten aan te geven is deze hulp achteraf identificeerbaar. Het werkelijke aantal bestede minuten wordt uiteindelijk gedeclareerd. De aanbieder ontvangt een toewijzing voor de aangegeven periode met de frequentie binnen geldigheidsduur. J&O aanbieders hanteren de code 32260 voor consultatie.

Transformatiefonds

Klik hier voor het format voor de aanvraag

Belangrijk criteria zijn:

- Het moet iets opleveren voor het kind en gezin;

- Het moet bijdragen aan de transformatieopgave;

- Het moet iets opleveren wat ook door andere zorgaanbieders of regio’s overgenomen kan worden;

- In de uitvoering moet samengewerkt worden met andere samenwerkingspartners; dit vertaalt zich doordat er een gezamenlijk voorstel wordt ingediend. De samenwerkingspartners kunnen in de gespecialiseerde jeugdhulp zijn maar kan ook vanuit andere sociale domeinen zoals onderwijs of het lokale voorveld.

- De aanvraag moet aansluiten binnen de twee thema’s van de regio

- De aanvraag moet aansluiten bij actielijnen 1,2 en 6 die de regio heeft geprioriteerd.

We willen de creativiteit en innovatie van zorgaanbieders niet bij voorbaat uitsluiten. Er zijn wel kaders gesteld en er is richting gegeven, om te voorkomen dat we de samenhang in de ingediende voorstellen niet meer aan kunnen geven. De regio geeft richting aan door de vraag om aan te sluiten bij actielijnen 1,2, en 6 binnen de genoemde thema’s: 1) Inzet op lokale leefomgeving van het kind/ ambulantisering en 2) Verbetering van resultaat en kwaliteit.

Na 22 augustus zullen de eerste voorbeelden (na goedkeuring door de regionale werkgroep) op de website RJS IJsselland staan.

Met een aantal aanbieders hebben we afgesproken dat ze hun format aanleveren voor 22 augustus 2018. Voor de overige aanbieders is de uiterlijke inleverdatum 10 september a.s.

Het gezamenlijke plan van de regio moet uiterlijk voor 1 oktober 2018 door de regio aangeleverd worden bij het ministerie van VWS.

Het ministerie van VWS verwacht van de regio een samenhangende aanvraag voor 1 oktober 2018. De ingevulde formats zullen onderdeel uitmaken van deze aanvraag. De beoordeling van deze formats zal door een regionale werkgroep plaatsvinden aan de hand van bovengenoemde criteria. De regionale werkgroep bestaat uit een aantal beleidsmedewerkers van de gemeenten en medewerkers van RSJ-IJsselland. Tussen 11 en 25 september zal door het RSJ IJsselland contact worden gezocht met de indiener voor eventuele aanvullingen op- of afwijzing van de aanvraag.

In het proces van beoordelen zal er overleg zijn met de indieners, zo nodig worden verhelderende vragen gesteld en eventueel voorstellen gedaan voor aanpassingen, zodat de formats passend zijn binnen de totale aanvraag. De regionale werkgroep behoudt het recht om aanvragen af te wijzen.

De regio IJsselland ziet de ingevulde formats als voorstellen gedaan door jeugdhulpaanbieders. In de verdere uitwerking kunnen er nog aanpassingen of toevoegingen gedaan worden. De uiteindelijke regie voor de totale aanvraag aan VWS ligt bij het RSJ IJsselland. Na goedkeuring door VWS komt de verdere uitwerking van de ingediende formats. De werkgroep behoud het recht om aanvragen inhoudelijk bij te stellen en/of aan te vullen. Dit zal samen met de indiener(s) worden afgestemd.

Nee, de aanvraag naar het ministerie van VWS bevat een voorlopige planning. Voor de uitvoering van deze plannen heeft het ministerie van VWS een periode van drie jaar uitgetrokken.

De werkgroep zal in afstemming met de indiener(s) besluiten wanneer de uitvoering start. Het kan dus betekenen dat niet alle plannen starten in 2019.

U vindt hier een overzicht van veelgestelde vragen. Staat uw vraag (of antwoord) niet tussen de veelgestelde vragen, dan kunt u uw vraag naar ons e-mailen via info@rsj-ijsselland.nl.

Contact

info@rsj-ijsselland.nl

Lübeckplein 2 | 8017 JZ | Zwolle