De ontwikkeling van collectief werken in de jeugdhulp

Gemeente Kampen breidt groepsgerichte ondersteuning van gezinnen uit
 

In de gemeente Kampen starten dit jaar nieuwe groepsgerichte initiatieven waarin partijen uit de sociale basis en specialistische jeugdhulp intensief samenwerken. In gesprek met Koen van der Leer, programmamanager gemeente Kampen, vertelt hij hierover.  
 

‘In de sociale basis van de gemeente Kampen bestond al groepsgericht aanbod, vooral gericht op preventie,’ legt Koen uit. ‘Denk bijvoorbeeld aan groepen rondom thema’s als scheiding of opvoedvragen.’ Hij vervolgt dat de aanleiding voor de huidige ontwikkeling ligt bij veelvoorkomende hulpvragen die nu vooral bij specialistische jeugdhulp en GGZ‑aanbieders terechtkomen, waar de wachttijden oplopen en de toegankelijkheid van hulp onder druk staat. Omdat deze druk op de toegang niet langer houdbaar is, is onderzocht of een deel van deze vragen ook via groepsgericht aanbod kan worden opgevangen.

Dit jaar start in de gemeente Kampen bijvoorbeeld de training Hou vast!, dit is ontwikkeld voor gezinnen waarbij kinderen behoefte hebben aan meer structuur en regelmaat. ‘De training richt zich op ouders van kinderen met (kenmerken van) ADHD en ASS. Er zijn geen vaststaande uitsluitingscriteria. Het is een groep met een gezamenlijk doel, en een niet groep voor een specifieke doelgroep.’
 

Nieuwe netwerken en normaliseren

‘Onze groepsgerichte initiatieven richten zich op ouders, tenzij er een goede reden is om de kinderen te betrekken. Beweging begint bij ouders. En niet bij de kinderen.’ benadrukt Koen. Samen met ouders kijkt de toegang of groepsaanbod een passende vorm zou zijn.

Bij groepsaanbod ontstaat vaak een nieuw netwerk tussen de deelnemende ouders die elkaar ook na afloop van de training of bijeenkomsten blijven ondersteunen. ‘Ouders vinden herkenning en steun bij elkaar omdat ze vergelijkbare ervaringen delen. Ze ontdekken dat ze in ieder geval niet de enigen zijn.’ bevestigt Koen. ‘In een individueel traject ontbreek dat vaak. Ook ontstaat er vaak een nieuw netwerk waarin ouders elkaar blijven ondersteunen. Daar doe je het uiteindelijk voor; dat gezinnen zelf weer verder kunnen.’  
 

Wat verandert het groepsgericht aanbod?  

Bij een (jeugdhulpvraag) vraag die binnenkomt worden snel 1 op 1 gesprekken gevoerd en trajecten ingezet. Tegelijkertijd weten we dat deze vorm van ondersteuning kostbaar is, niet altijd efficiënt en op de lange termijn niet duurzaam en houdbaar. Simpelweg omdat we niet voldoende professionals hebben. Door in een groep samen te komen, kan een specialist in één keer meer gezinnen beter en sneller ondersteunen.  ‘Sinds we inzetten op collectieve trainingen, zijn er nu in 2026, voor sommige vragen geen wachtlijsten en geen aanmeldingen meer voor individuele hulp. Natuurlijk vraagt het langer monitoring om de impact goed te toetsen, maar dit is al meteen winst voor een flink aantal gezinnen.’ Licht Koen toe.  

‘Daarnaast zie je door dit soort collectieve initiatieven ook een meer samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs ontstaan. Elk initiatief draagt zo bij aan verdere beweging. Daarbij valt of staat het ook met betrokkenheid vanuit beleid, uitvoering en bestuur om deze manier van werken en leren te ondersteunen.  

Zoals bij elke ontwikkeling kent ook deze beweging risico’s; het zogeheten “Boemerangeffect”. We weten dat collectiveren kan betekenen dat het aanbod niet goed aansluit, nieuwe zorgvragen ontstaan, wachtlijsten verschuiven in plaats van verminderen, of dat het groepsaanbod een doel op zichzelf wordt in plaats van een middel. Dit vraagt om bewust monitoren om er samen van te leren en breed het fundamentele gesprek te blijven voeren. En dat zit in Kampen wel goed.’ 


Waarmee moet je rekening houden in de samenwerking? 

Bij het ontwikkelen van groepsgericht aanbod is elke stap belangrijk om goed in te richten. ‘Groepsgericht aanbod vraagt namelijk meer voorbereidingstijd. Zowel bij de toeleiding, om het juiste gesprek te voeren met de gezinnen, als bij de professional die het groepsaanbod begeleidt. Een groep bestaat uit een minimaal aantal ouders, dat is intensiever en anders werken voor een professional dan 1 op 1 begeleiding bieden.’ legt Koen uit.  

Ook praktische zaken kunnen dit soort initiatieven bemoeilijken. ‘Het matchen van agenda’s om bij elkaar te komen is soms een uitdaging. De ene organisatie vergadert op dinsdag, de andere op donderdag, dus wanneer is iets intern besproken? En het vinden van een goed tijdstip voor het geven van de groepen is een uitdaging.’ De afstemming kost meer tijd dan je zou willen. ‘Daarnaast verschillen organisaties ook qua werkwijze rondom administratie. Ook dat vraagt extra overleg.’
 

Een manier om toch te starten, is door samen een pilot te doen, of beter gezegd; samen ervaring op te doen.  


Het mooie van samen ervaring opdoen is dat er ruimte is om te onderzoeken, uit te proberen en samen obstakels op te lossen. Door meerdere organisaties te betrekken bundel je verschillende expertises, netwerken en ervaringen. Geen enkele partij heeft alles in huis: de één blinkt uit in groepswerk, de ander in inhoud, bereik of innovatie. Samen ben je minder kwetsbaar, leer je van elkaar en ontstaat een sterker en completer aanbod voor ouders.

Daarnaast voorkom je dat organisaties afzonderlijk hetzelfde wiel uitvinden of vooral hun eigen aanbod positioneren, wat leidt tot versnippering en dubbeling. In een goede samenwerkingsvorm besteden alle betrokkenen minder tijd aan accountmanagement en randzaken. Dan kan tijd, geld en energie gaan naar wat echt telt: goede professionals, sterke uitvoering en betere ondersteuning voor mensen.


Tips voor de toekomst 

‘Mijn ervaring uit eerdere trajecten is dat het cruciaal is om te starten met een gezamenlijke visie. Zelfs wanneer het lijkt alsof iedereen hetzelfde nastreeft, verschillen de interpretaties in de praktijk vaak. Daarom is het belangrijk om vanaf het begin samen te bepalen wat de visie betekent voor het dagelijks handelen. Anders loopt het later in het traject vast. Neem tijd om vertrouwen tussen partners op te bouwen. Daarna volgt een rolverdeling die past bij de mensen aan tafel. Ook de financiering en hoe dit geregeld wordt moeten vooraf helder zijn.’

‘Organisatie en domein overstijgend samenwerken vraagt om voortdurende afstemming, niet alleen bij de start. Dus, monitor de voortgang structureel, betrek uitvoerders, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers en houd het aanbod flexibel, blijf wendbaar. Groepsgericht werken is geen doel, blijf daar scherp op.’ (…) ‘De leerstructuur en de leervragen, die in samenwerking met Shoshin en het RSJ zijn ontwikkeld, een noodzakelijke houvast om gesprekken doelgericht te voeren. Dit heeft geresulteerd in een visueel model.’ 


Tot slot 

Collectief werken vraagt meer dan alleen nieuw aanbod ontwikkelen; het vraagt om een cultuurverandering. Mensen moeten leren denken vanuit gezamenlijk maatschappelijk belang in plaats van aanbod. De grootste winst zit daarom niet alleen in groepsaanbod zelf, maar in:

  • eerdere ondersteuning van gezinnen,
  • minder versnippering van aanbod,
  • efficiëntere inzet van mensen en middelen,
  • sterkere lokale netwerken, 
  • meer normalisering en samenredzaamheid voor gezinnen. 

Meer weten?